Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Blog

20 dec

By

No Comments

Een fijne crisis

20 december 2011 | By | No Comments

De crisis is stom. Waarom? Omdat hij ons bang maakt. En bang zijn is nergens voor nodig. Want er is niks mis met een beetje verandering.

‘Dit is geen crisis, maar een nieuwe werkelijkheid’, hoorde ik deze week op het nieuws. Blij veerde ik op. Een nieuw tijdperk, jaah! Een tijd waarin we gaan beseffen dat geld toch niet het synoniem is voor geluk. Dat we gaan inzien dat niet ‘ze’ maar ‘we’ onze wereld moeten verbeteren. En dat een druppel op een gloeiende plaat toch maar mooi een druppel is.

Ik ben in het klein wat aan het oefenen met die nieuwe werkelijkheid. Gewoon, kijken wat je voor elkaar kunt doen. Zo ruilde ik webteksten voor een overnachting in een van de waanzinnige Bossche Suites van Rens. En maakt Edith van Zis foto’s voor mijn (aanstormende) nieuwe site, in ruil voor teksten op de hare. Een meisje dat in een interview vertelde dat ze eindelijk op zichzelf ging wonen, kreeg onze overtollige huisraad. In al deze gevallen wisselden we meer uit dan we met geld ooit gedaan zouden hebben. Veel waardevoller!

Ook volgens bestuurder Mohamed Acharki van woningcorporatie Zayaz geeft de crisis ons een duwtje in de juiste richting: “Ik ben opgegroeid in Marokko, in een tijd van schaarste”, vertelde hij in een interview. “De saamhorigheid van toen is me altijd bijgebleven. We hadden elkaar nodig, zo simpel was het. De crisis maakt dat mensen en organisaties elkaar ook hier vaker zullen opzoeken. En dat is goed. Samen kun je meer doen met minder.”

Die crisis zou ons nog wel eens mooie dingen kunnen brengen. 

28 jun

By

No Comments

Psychologie van de koude grond

28 juni 2011 | By | No Comments

Hij stond jaren op de modderige camping van Lowlands en kostte slechts vijftig euro. Hij stinkt, ik kan er niet mee rijden (in elk geval niet achteruit) en er zijn minstens twee paar handen nodig om de bruin/beige hut open te klappen. Toch zag ik het direct voor me: de kinderen en ik in klapstoeltjes, met een plastic bekertje ranja/wijn en chips in een dito bakje. Rummikub op tafel… Dat soort klein geluk. ‘Kópen!’, dacht ik. Die muffe lucht waait er wel uit en de camping in het dorp moet ik in z’n vooruit toch kunnen halen. Mochten de mannen aldaar en masse met hun biertje voor de tent blijven zitten terwijl ik met de klep worstel, dan is er vast iemand in de buurt die ik kan bellen.

Volgens trainer en schrijver Ben Tiggelaar (die sprak tijdens het jubileum van mijn fijne klant Sioux) is mijn aankoop een atypische. Hij vertelde dat mensen zich bij het verkennen van nieuwe mogelijkheden vooral laten leiden door risico’s in plaats van kansen. En dat er daarom vaak zo weinig gebeurt.

Tiggelaar kent duidelijk my people niet. De kinderen vonden het vet cool, een karretje dat een huis wordt. Ook mijn zwangere zus zag zichzelf al languit in mijn klapbed liggen. Zelfs vriendin/collega Chantal – die ik écht niet op badslippers met een emmer nachtplasjes over de camping zie banjeren – reageerde enthousiast: ‘Leuk, een klapjanus!’ Maar mijn ouders (immer geneigd tot beschermen, daar kunnen ze ook niks aan doen) spanden de kroon. ‘Fantastisch!’, riep ma, direct terugverlangend naar de tijd dat ze zelf nog kampeerde. ‘Leuk, Lau’, knikte ook mijn vader, terwijl hij ijs op zijn overbelaste knie legde. ‘Schrijf maar op de kalender wanneer je vertrekt. Voor een lauw biertje zet ik dat ding wel met je in elkaar.’ Mijn mensen geloven niet in de psychologie Tiggelaar. Wij zijn aanhangers van de psychologie van de koude (camping)grond. 

14 apr

By

No Comments

Men are from Mars, women are from Visa

14 april 2011 | By | No Comments

Er zijn zelfinzichten die je beter voor jezelf kunt houden (ze heten immers niet voor niets zo). Maar à la. Terwijl mijn leven momenteel draait om financiële planningen die Verantwoordelijkheid vereisen en het geld in overdadige hoeveelheden naar Karwei vliegt voor hoeklatten, huishoudtrapjes en ander spul waar je liever niets aan uitgeeft, heb ik mijzelf betrapt op een vreselijk onverantwoorde aankoop. Het deed zeer, maar het valt niet te ontkennen. I’m from Visa.

Argumenten als dat het voor vrouwen de meest gruwelijke aankoop van het jaar is, ik het kreng eerder nog dapper de rug toe had gekeerd, maar dat de aanblik in de spiegel nu dermate meeviel dat ik niet anders kon dan inpakken, betalen en wegwezen, zullen voor weinig mannen hout snijden. Vrouwelijke lezers zullen het gevoel van urgentie dat mij naar de keel greep, volkomen begrijpen.

Mijn nieuwste klant, de stichting Weet Wat Je Besteedt, presenteerde vanmorgen een onderzoek naar het financiële gedrag van jongeren (en daar schaar ik me voor het gemak maar even onder). Wat blijkt? We zijn te verdelen in vier geldtypes en ik ben een levensgenieter: “Als ze een keer wat meer geld hebben, doen ze daar liever iets leuks mee dan dat ze het opzij zetten.” Hm. Treffend.

Toen ik met gastheer en collega-levensgenieter Chris Zegers (jawel, dames!) sprak over ons rollende geld, concludeerden we dat we onze handicap maar als talent moesten inzetten. Wij levensgenieters zien overal kansen, maar die hoeven niet altijd veel te kosten! ‘Een fles wijn op het strand kan net zo lekker zijn als een dure Chianti op het terras,’ stelde Chris. ‘Jááááh’, schreeuwde mijn binnenste. En opeens wist ik zeker dat die bikini van 180 euro helemaal geen onverantwoorde aanschaf was geweest. Ik zou Chris maar eens tegenkomen op het strand van Visa deze zomer. 

04 apr

By

No Comments

Hoeren neuken nooit (punt)

4 april 2011 | By | No Comments

Het is de eerste terrasdag van het jaar en daar moet van genoten worden. Wit wijntje, jas aan en de bleke snoetjes richting de zon; zo zitten we naast elkaar in de Bossche binnenstad. We praten over racen en rusten, fijne en lastige opdrachtgevers en natuurlijk over mooie en erge zinnen. Zoals dat gaat als je drie tekstschrijvers bij elkaar zet. Tot verrassing van Chantal en mij kent Lenneke de hit van Corry Konings en de New Kids niet. En dan begint het.

C: ‘Dat nummer heet Hoeren neuken, nooit meer werken.’
L, proestend: ‘Wát?’
Ik: ‘Het is toch Hoeren, neuken, nooit meer werken? Met twee komma’s? Met hoeren in de betekenis van hoeren en snoeren?’
C: ‘Nee joh. Het is ‘hoeren neuken’. Kijk maar op You Tube.’
L: ‘Misschien staat er een punt in en is het ‘hoeren neuken nooit’.’
Ik: ‘Ja! En dan een uitroepteken achter ‘meer werken’! Want dat moeten ze dan!’
We gieren van de lach, wat een leesteken al niet kan doen! De rest van het terras denkt vast dat we het over foute versiertrucs hebben. Of over blunders op het werk. En in elk geval dat het hard gaat met die wijn.
C: ‘Hier moet je een column over schrijven. Dan noem je hem ‘Hoeren neuken, kommaneuken.’
L: ‘Ik zou hem ‘Hoeren neuken nooit.’ noemen. Die leest vast iedereen.’
We grijnzen naar elkaar. Dan keren we ons gezicht weer naar de zon. 

24 nov

By

No Comments

Het is maar een spelletje

24 november 2010 | By | No Comments

Dries verbijt zich tegenwoordig met bewonderenswaardige grootmoedigheid, als hij een spelletje Duizenden verliest. ‘Goed gespeeld’, perst hij er dan met zichtbare moeite uit; of het gemeend is waag ik te betwijfelen. Bart is van een heel ander kaliber, daar hoef je zelfs geen geveinsde sportiviteit van te verwachten. Die kwakt zonder enige gêne het hele Mens-erger-je-niet bord om, als hij er te vaak naar zijn zin wordt afgeknikkerd. Om vervolgens onder de tafel te gaan zitten mokken.

Winnen of verliezen… mij doet het beide weinig. Toen het Nederlands elftal afgelopen zomer de WK-finale verloor (van wie ook weer?) voelde ik alleen iets van mededogen met al die voetbalvrouwen die nu dagenlang met chagrijnige mannen zaten opgescheept. Ik was verstandig genoeg om niet te zeggen dat het maar een spelletje was.

Afgelopen week vertelden Carla en Hennie van GGZ Oost Brabant dat we (!) de eerste prijs hebben gewonnen met het OR-jaarverslag van afgelopen jaar. Dat was opgezet als OOR, het muziektijdschrift. Het thema (u voelt ’m al): luisteren naar je achterban. En dat dan enorm creatief verweven met de muziekvoorkeur van de geïnterviewden. Of ik blij was met die prijs? Zeker wel. Maar om eerlijk te zijn werd ik veel blijer van de eigenzinnige ontwerper. Hij daagde me uit voor elk artikel een kop te verzinnen, die sloeg op de favoriete muziek van de geïnterviewde, de rol van de OR én een actueel thema uit 2009. Kijk, daar zet ik nu graag mijn tanden in. Wat dat betreft begrijp ik de verbetenheid van die Suárez dan wel weer. 

22 sep

By

No Comments

Afmelden doet pijn

22 september 2010 | By | No Comments

Het is zo hypocriet als wat, I know. Als ontvanger vind ik het heerlijk dat er tegenwoordig onder elke digitale mailing een kopje ‘afmelden’ moet staan. Ik maak er lustig gebruik van om zelfingenomen zenders met één klik op hun nummer te zetten. Denken ze echt dat ik niets beters te doen heb dan mails lezen? Alles veranderde toen ik een tijdje geleden een mailtje kreeg van een oprecht gewaardeerd contactpersoon. Een échte boekenschrijfster nog wel. Zo iemand waarvan je hoopt dat ze ooit voor je big break als collega-auteur gaat zorgen (een mens mag dromen). Ze had haar best gedaan het zo vriendelijk mogelijk te verpakken, maar dat deed niets af aan haar boodschap: of ik haar van de verzendlijst wilde halen.

Het lag niet aan mij, maar ze kreeg zoveel mails dat ze vanaf nu noodgedwongen een streng selectiebeleid hanteerde. ‘Snap ik hoor’, reageerde ik zo professioneel mogelijk. Maar het deed zéér! Voor een eenpitter als ik is zo’n afmelding toch een stuk pijnlijker. Dat maakt het voor u als aanstichter van de ellende evenmin gemakkelijk. Zelf klik ik bepaalde mailings ook liever ongelezen weg dan dat ik de zender eerlijk vertel dat hij zijn berichten net zo goed niet kan sturen. Het zij zo. Ik vind het leuk om u af en toe columns te mailen. Aan u de keus of u ze leest, ongelezen wegkiepert, of zich durft af te melden. Stuur in dat laatste geval een mail terug, met als onderwerp ‘Het ligt echt niet aan jou’. 

22 apr

By

No Comments

Hou je buik eens in

22 april 2010 | By | No Comments

Hij bedoelde het niet eens zo slecht, vriend Jan, maar ik ben het nooit vergeten. Toen de foto voor mijn eerste website werd gemaakt, stonden hij, ik en fotograaf Sjors een beetje lacherig voor hun witte muur. Een spontane foto moest het worden, dus pakten we het lekker nonchalant aan. Niks lampen, gewoon wachten op mooi zonlicht. Het leek nog te lukken ook, tot Jan goedbedoelde adviezen begon te geven: “Hou je buik eens in.” Mijn buik ligt gevoelig. Ik wéét dat hij vrij prominent aanwezig is, maar dat is nog geen reden om mij ongevraagd te feliciteren met een nieuwe zwangerschap, mensen. Mijn buik laat zich nou eenmaal niet gemakkelijk sturen – net als ik eigenlijk.

“Ik hou mijn buik al in”, beet ik Jan dus zo aardig mogelijk toe, waarop hij hartelijk begon te lachen. Ook ik kon een grijns niet onderdrukken. Et voila: perfecte foto. Drie jaar later was het tijd voor een nieuw plaatje. Voor deze fotosessie was ik gewapend tot op het bot. In een alles afknellende correctieslip, opgetrokken tot de oksels, verscheen ik ten tonele. Fotograaf Wim leek er niets van te merken. Hij zette de ventilator op mijn haar, klom op zijn huishoudtrap en begon te knippen. Met het resultaat ben ik zeer gelukkig, want mijn haar danst en mijn buik houdt zich keurig op de achtergrond. En dat zonder photoshop. 

06 feb

By

No Comments

Mama is boos

6 februari 2010 | By | No Comments

Ziek was ik ervan. Hoewel er ongetwijfeld óók een oprecht griepje opspeelde, voelde ik evengoed ellendig over het naderende afscheid van de kinderen. Geheel in lijn met mijn geluksplan voor 2007 zou mama voor het eerst in de bestaansgeschiedenis van haar nageslacht vijf dagen met vriendinnen van huis gaan. Skiën in Gerlos. Even op adem komen. Weer Laura zijn. Papa blijft bij de kinderen en dat komt allemaal goed.

Eenmaal in de auto huilde ik dikke tranen bij de aanblik van de twee zwaaiende, verwonderde kindertjes achter het raam. Honderd kilometer van huis begint de wurggreep van thuis zich te verlichten. Geen blèrende kinderen op de achterbank, maar opgewonden meisjes die snakken naar de sneeuw, de zon, de onovertroffen fluffige Oostenrijkse dekbedden en natuurlijk de kroeg. De cd’s met Nederlandstalige après-ski-muziek draaien overuren.

In Gerlos verliezen we ons al snel in de wereld van de jonge, snelle en wilde medemens. We zingen, dansen, drinken. We skiën, lunchen lang, lachen, gieren, brullen. Heerlijk is het om 100% Laura te zijn.

Maar de dag van de thuiskomst nadert – godzijdank ook wel. Snakkend naar de kinderen ren ik de oprit op. De deur vliegt open, met vochtige ogen spreid ik mijn armen. Maar er komt niks. De kinderen blijven – weliswaar lachend – aan tafel zitten. Ze beantwoorden mijn omhelzing met liefde, maar ik had meer verwacht. Even laten stoot Bart zijn hoofd en voordat ik hem kan oppakken, kruipt hij naar papa om zich te laten troosten. Au. Als ik even later Dries voorstel samen een verhaaltje voor het slapen te gaan lezen, stelt hij me gerust. Hoeft niet, zegt hij. Dat doet papa wel.

Eén ding staat vast. Volgend jaar zit Laura weer in Gerlos. 

20 nov

By

No Comments

Vissen en voetbal

20 november 2009 | By | No Comments

“Jij gelooft mij niet, hè?”, gooit Dries me verongelijkt voor de voeten, “Je gelooft gewoon niet dat ik drie doelpunten heb gescoord tegen de grote jongens van groep 8.” Ik zeg hem dat ik geen reden heb om te twijfelen. Hij is toch eerlijk? Waarop zijn gezicht nog meer betrekt en zijn ogen vollopen. “Ik heb eigenlijk gelogen”, probeert hij zonder huilen uit te brengen. “We hebben verloren met 12-0 en een jongen greep me in mijn nek en duwde me keihard op de gróóóónd…” Hij kan zich niet meer beheersen en kruipt vernederd tegen me aan.

Iedereen ontvangt liever complimenten dan ‘opbouwende kritiek’. Tijdens een werkconferentie voor managers, waar ik onlangs voor een opdracht was, gaf een aantal van hen toe daar te weinig tijd voor te nemen. Terwijl wetenschappelijk onderzoek (geen idee welk) bewijst dat tegenover elk ‘verbeterpunt’ drie complimenten moeten staan, wil de ontvanger je boodschap tot zich nemen. Ik vrees dat er weinig mensen zijn die deze norm halen.

Later die week komt Dries thuis met een stralende snoet. “We hebben weer gevoetbald tegen de jongens van groep 8 en maar met 3-0 verloren. Knap he?!” vist hij. Ik grijns naar hem. ‘Geweldig jongen’, zeg ik, terwijl hij naar zijn Lego huppelt. Ik wil hem naroepen dat we kapstokken hebben voor jassen en dat die er niet uitzien als stoelen, maar ik houd me in. In plaats daarvan neem ik me voor het nieuwe complimenten-quotum te eerbiedigen. ‘Wat goed dat je je jas niet meer op de grond laat vallen’, roep ik. Nog ééntje, dan mag ik hem weer terechtwijzen. 

07 jul

By

No Comments

Hyves-vriendschap

7 juli 2009 | By | No Comments

De eerste keer dat een vriendin mij enthousiast op Hyves slingerde, wist ik niet hoe snel ik er weer vanaf moest komen. Zonder dat ik erom gevraagd had, meldden oude bekenden zich met de vraag of we vrienden konden worden. Terwijl ik ze toch niet voor niets uit het oog was verloren. Daar komt bij dat ik Hyvers een achterlijk volkje vindt. Ze schrijven elkaar niet, maar laten ‘krabbels’ voor elkaar achter. Krabbels. De onduidelijke meesterwerken die mijn jongste zoon produceert, mag je krabbels noemen; grote mensen sturen elkaar gewoon een bericht. En daar hebben ze trouwens al jaren e-mail voor. Na twee weken en zes (toch maar geaccepteerde) vrienden (want weigeren is ook zo lullig) heb ik de banden met Hyves verbroken.

Totdat Nightwriters (een initiatief van Kluun om schrijvers op een leuke manier met het volk in contact te brengen) een wedstrijd voor aanstormend talent organiseerde. Voorwaarde: je inzending moest via Hyves worden ingediend. Onder het motto ‘het doel heiligt de middelen’ heb ik toen mokkend weer een profiel aangemaakt. En niet voor niets, want tijdens de Boekenweek mocht ik als een van de twintig winnaars mijn column over Dries van Acht voorlezen aan een kritische jury met o.a. Susan Smit. Stoer, of niet? In de zaal zat een dierbaar vriendinnetje, dat twintig jaar uit het oog, maar nooit uit het hart was geweest. Dankzij de moderne manier van netwerken hadden we elkaar weer gevonden. Inderdaad, via Hyves.

Dus ik blijf. Zullen we vrienden worden?