Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Blog

15 dec

By

No Comments

‘Blijf jij maar zitten hoor’

15 december 2016 | By | No Comments

Soms zingt Arianne (44) The lazy song van Bruno Mars voor haar man. Today I don’t feel like doing anything, I just want to lay in my bed. Dan giert Paul (45) van het lachen. Het is een van de weinige geluiden die hij nog maakt sinds het hersenstaminfarct dat hij kreeg op zijn 36e.

Op een koude zondagmorgen in 2008 werd Paul met grote spoed door twee Bulgaarse ambulancebroeders in een oud Citroën-busje naar het ziekenhuis gereden – bij zijn volle verstand, maar compleet verlamd. Die ochtend kwam zijn leven als jonge vader en ambitieuze Nestlé-expat met piepende remmen tot stilstand.

Paul woont nu alleen, in een verpleeghuis. Hij kan zijn linkerduim een centimeter optillen, maar de rest van zijn lichaam zal nooit meer bewegen. Ook praten is verleden tijd. Een afschuwelijk lot, maar ach – de dood is ook zo rigoureus, vindt Paul. En bovendien: over 125 jaar zijn we allemaal dood, die gedachte relativeert behoorlijk. We kunnen er net zo goed iets moois van maken.

Vandaar dus die galgenhumor. ‘Blijf jij maar zitten hoor’, zei Arianne 1 december tegen Paul, toen we de confetti opveegden die we hadden gegooid ter ere van ons contract met Uitgeverij Water. Hij kwam niet meer bij.

De komende drie maanden werken we samen aan een boek. Al mijn aandacht gaat tot medio maart naar het verhaal van Paul en Arianne. Ik vind het een voorrecht. Doorgronden wat zij doormaakten, denken: wat had ik gedaan? En tussendoor lekker harde grappen maken.

Ons boek verschijnt op 20 september 2017 bij Uitgeverij Water.

28 mrt

By

No Comments

De wereld draaide door

28 maart 2016 | By | No Comments

Jaren werkten we eraan, Joost en ik. Urenlang spraken we over zijn leven, want er moest een boek komen, vonden wij. De wereld moest weten wat hij had meegemaakt. In het kort: toen Joost achttien was, maakte zijn vader een onbegrijpelijke keuze. Het had een verwoestend effect.

Hoe blijft een jongen overeind, als hij op de moeilijkste momenten niet op zijn ouders kan rekenen? Nou, niet dus. Joost ging onderuit, en hard ook. Zo hard, dat hij uiteindelijk waan en werkelijkheid niet eens meer kon onderscheiden. Pas na tientallen jaren kwam er rust in zijn hoofd. Ik vond dat mooi. En knap. Want gelukkig zijn is geen kunst als alles meezit.

We fantaseerden weleens over een gesprek bij Matthijs aan tafel. Wij, met ons boek bij DWDD, en Nico die een gedichtje over ons maakte. Maar dat komt er waarschijnlijk niet van. Mensen vinden memoires niet interessant, zeggen de uitgevers. Tenminste, niet als je geen BN-er bent. Maak er een roman van; verzin er wat bij om het spannender te maken, adviseerden ze.

Dat doen we toch maar niet. Het leven is nou eenmaal geen roman. Wat telt, is wat je écht doet als het moeilijk wordt. Niet wat je had kunnen doen. We hebben onze droom over de wereld van Matthijs dus maar opgegeven. Die van Joost is spannend genoeg. 

Fragiel is te koop voor € 15,-. Stuur een mail als je interesse hebt.

12 feb

By

No Comments

Het vuur van hoop en twijfel

12 februari 2016 | By | No Comments

Ik zie ze nog zitten aan de eettafel, exact tien jaar geleden. Het kostte ze moeite om enthousiast te doen, al was het maar alsof. Ik was binnengewaaid bij mijn ouders met champagne en een fantastisch plan: ik begon voor mezelf. “Wat heb je aan een vast contract als je niet gelukkig bent?”, riep ik, terwijl ik het glas hief en Boudewijn de Groot citeerde.

Je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij, maar ik geloof…!

Ik had nog niet één klant toen ik mijn ouders overviel. Dat het vertrouwen niet geheel wederzijds was, voelde ik wel. Maar dat gaf niet. Ik gelóófde!

Sinds kort loopt er hier in huis zo’n zelfde verwachtingsvolle eenpitter rond. Mijn lieve Simon begint namelijk per vandaag ook voor zichzelf. En ik vind het heerlijk. Die blije kop, als er weer een nieuwe tang wordt bezorgd (als loodgieter heb je die heel veel nodig). Vrienden die helpen met logo, website en bus. De onrust, omdat er wel brood op de plank moet komen.

Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen

En dan de reactie van mijn ouders. “Leuk! Gewoon proberen!” Het was gemeend, dat zag ik. Mijn vader knipoogde naar mij, ook hij dacht terug aan hun lauwe reactie tien jaar geleden. Spijt hoeft hij niet te hebben. Want als je voor jezelf begint, telt maar één ding echt: dat je er zelf in gelooft. Al kan een beetje hulp nooit kwaad. Daarom: www.simonvankessel.com

Ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij

19 nov

By

No Comments

Net als iedere man

19 november 2015 | By | No Comments

De voordeur van zijn zorgappartement opent automatisch, hij begroet me vanuit zijn rolstoel. Of ik zelf even koffie wil pakken, want dat vinden zijn handen nogal lastig. Ook praten kost hem moeite. Ik hoor het aan de pauzes in zijn zinnen. Ik kom Bob vragen naar zijn seksleven. Zoiets doe ik ook niet elke dag, maar als je voor LINDA. een serie maakt over lust, liefde en handicaps, ontkom je er niet aan. Wanneer hij ziek werd, vraag ik om het ijs te breken. ‘Precies toen ik van plan was de hele wereld plat te neuken’, antwoordt hij. Ik ontspan, geen ijs hier. Bob vertelt me over orgies en seksclubs, zijn impotentie en de bijzondere, vrije relatie met zijn grote liefde. Het zijn niet de sappige details die me intrigeren – het is de manier waarop Bob omgaat met zijn aftakeling. Zijn lijf laat hem in de steek en hij berust erin.

Ik kan zien dat hij vroeger sterk en sexy was – ik snap wel waar zijn vriendin op viel. Dat ze niet meer samenwonen, is omdat hij geen zorgrelatie met haar wil. Hij wil haar liefde, meer niet. Of hij weleens baalt van wat hij niet meer kan, vraag ik. ‘Nee, zo wil ik niet leven’, zegt hij. Hij meent het. Als hij mijn meewarige blik ziet, grinnikt hij. ‘Ik kan nog heel veel wel hoor. Als ze voor me op tafel gaat liggen, kan ik overal prima bij.

De serie met Bob is genomineerd voor de Seks en Media Prijs 2015, een prijs van de NNVS voor ‘de meest kleurrijke beschrijving van onderbelichte aspecten van seksualiteit’. De titel van mijn serie: Net als iedere man. Eigenlijk verdient Bob die titel niet. Bob is uitzonderlijk, vind ik. Bob is beresterk. Nog steeds. 

(We wonnen niet trouwens, maar trots zijn we evengoed.)

18 jan

By

No Comments

Niet alles valt te lijmen

18 januari 2015 | By | No Comments

Hij kwam de kamer binnen met zijn spaarpot onder de arm. Bart (8) had gedrumd en ‘ineens’ was er een kabeltje van de iPad afgebroken. Het pinnetje zat er nog in. Bart had geen idee hoe dat kon, zijn schuld was het in elk geval niet. De spaarpot zei iets anders.

‘Hoeveel moet ik betalen?’, vroeg Bart laconiek, terwijl hij op de bank plofte. Ik wist niet wat ik erger vond: dat mijn kind zo achteloos omsprong met dure spullen, dat hij loog, óf dat hij nu al teveel geld had om zich druk te maken over de reparatiekosten. En er was nog iets. Wat zei dit over mij?

Simon probeerde de kabel weer te lijmen en zo het achtergebleven pinnetje uit de iPad te trekken. Dat was net zo’n slecht idee als het leek. Het ding zat nu echt muurvast. Een reparateur zette voor € 109,- een nieuwe ingang in de iPad. ‘Zonder lijm had ik de pin er zó uitgekregen. Gratis’, zei hij nog.

Dat laatste woordje zadelde me op met een pedagogisch dilemma. Hoe moest ik dit nu regelen met Bart? Wat was erger: zelf ook liegen en hem laten betalen voor iets dat niet helemaal zijn schuld was? Of hem ermee weg laten komen en een totáál fout signaal afgeven over eerlijkheid en de waarde van spullen? Ik besloot het Bart zelf te vragen. Het kwartje viel. Mijn prachtige kind gaf toe dat hij te hardhandig was geweest en betaalde zonder huilen veertig euro – een derde van zijn hele bezit. Ineens dacht ik aan mijn interview met Sharon. Zij moet van dat geld haar gezin een hele week onderhouden. 

Nooit eerder hebben twee blauwe briefjes me zo’n rotgevoel bezorgd.

20 mrt

By

No Comments

De zon schijnt in mijn dorp

20 maart 2014 | By | No Comments

Ik was vastbesloten om me niet te laten ompraten, want ik kon het gesprek met Erwin en Ronald vooraf wel uittekenen. Ze wilden een tijdschrift uitgeven in ons dorp en daarvoor zou ik waarschijnlijk mogen schrijven. Gratis. In de avonduren. Ik zou ze beleefd bedanken voor de eer, ik schrijf immers al genoeg en voor niks gaat de zon op. Anderhalf uur later fietste ik opgewonden naar huis. Ik had ze met heel mijn hart beloofd het blad van de grond te trekken. Vorige week viel BaMi bij alle inwoners in Berlicum in Middelrode op de mat. Gratis. Met een team van professionals uit eigen dorp maakten we een killer van een eerste nummer. Dat op zich was al een feest, maar de reacties van de lezers overtroffen alles. ‘Aan al die fantastische mensen die mij vandaag blij maakten met BaMi.

Ik krijg het gevoel dat er weer warmte in het dorp zit’, schreef een dame van negentig ons. Met de hand. En een loep, omdat ze nauwelijks nog ziet. We werden er stil van.

Vandaag belde ik bij haar aan, om te bedanken voor de brief en te vragen of ze in de volgende BaMi wilde. ‘Ik ken u. U staat erin met uw foto, u bent de hoofddirecteur’, stamelde ze, half verscholen achter de voordeur. Een interview wilde ze niet. ‘Het ga u goed. Ik kijk uit naar het volgende nummer’, besloot ze en dicht ging de deur.

De zon schijnt in mijn dorp en ik ben hoofddirecteur. Wat een prachtige dag. 

26 nov

By

No Comments

Over Stach

26 november 2013 | By | No Comments

Ruim voordat we hadden besloten dat er een zou komen, stond de naam van onze hond al vast. Stach moest het worden, besliste Bart, met een ipad vol hondenfoto’s op schoot. Naar de hoofdpersoon uit Koning van Katoren. Ik vond het wel wat. Stach. Al was het alleen maar omdat ik dan een column kon schrijven over het moment dat ik overstag ging. En dat ik ‘Stach, neer!’ kon roepen als hij moest gaan liggen. Siem maakte het weinig uit hoe ons ‘derde kind’ zou heten. Als het er maar kwam. En hij niet met Kashira de chihuahua over straat hoefde.

Ze kwam er. Natuurlijk. Als de naam er is, volgt de hond vanzelf. Ze kwam twee dagen nadat Siem weer begon met werken. Siem, de man die mij de afgelopen maanden zoveel werk uit handen nam. En de enige in huis die wél raad weet met honden. Dus nu zit ik hier, met een pup onder mijn bureau. Ze bijt in mijn tenen als ik met een klant bel. Ze gaat ervandoor met de verse Parmezan, vlak voordat we aan tafel gaan. Ze eet mijn aantekeningen op en zet me voor schut op de puppycursus, door mij stelselmatig te negeren.Waarom wilde ik dit ook weer?

Vorige week liep ik met Stach door een zompig bos, vlakbij huis. Eerst kwam ik er nooit, want wat moet je daar in je eentje: ontspannen of zo? Stach stortte zich als een dolle in een meertje en schrok zich wild van haar natte pak. Met een broekje van kikkerdril dook ze het zand in. Ze is nog wit ook, je ziet er alles op. Terwijl we samen onder de bomen verder liepen – zij dolblij, ik met een hoofd vol actielijstjes – leek het of Stach al mijn frustraties eruit rende. Met elke vreugdesprong van haar werd mijn hoofd leger. Voor Stach is het leven zo simpel. Een hondenleven is zo slecht nog niet. 

25 jun

By

No Comments

Redderen en poetsen

25 juni 2013 | By | No Comments

Tante Jo had vroeger een café: ’t Huukske. Mijn hoofd zit nog vol plaatjes. Bruine schrootjes. Een glimmende tap en Perzische kleedjes op de bar. Bakjes gezouten pinda’s met een lepeltje en glaasjes sigaretten. Een gele plakstrip vol vliegen aan het plafond. Mijn zus en ik kwamen er graag, al was het maar omdat we dan achter de bar een zakje Treets mochten pakken. Tante Jo was lief. En altijd bezig. Redderen en poetsen, daar hield ze van.

71 is ze nu. Het café heeft ze allang niet meer, maar ze poetst nog net als toen. Als ik met kleine koters bij haar op bezoek kwam, barricadeerde ze met een verontschuldigende blik de deur naar de huiskamer. En ik snapte dat. Hun plakvingers op het glazen bonbonschaaltje. Hun snotneus langs de vitrinekast met Swarovski-kristal. Krassende autootjes over de blinkende marmeren vloer. Geschuif met gesteven tafelkleedjes. Het zou een belediging zijn voor haar harde werk. Werk, dat in haar huis tenminste echt effect had. Bij mezelf had ik dat allang opgegeven.

Voor mijn nieuwe website wilde ik een foto van tante Jo met een Bossche bol. Misschien hoopte ik dat ze zichzelf even zou verliezen en hem met haar handen zou oppakken, om er een onbeheerst grote hap uit te nemen. Slagroom op haar kin en op de tafel, haar vingers besmeurd met chocolade. Dat had ik mooi gevonden. Natuurlijk gebeurde het niet. Toen de foto gemaakt kon worden, kwam ze met mes en vork uit de keuken. 

17 jan

By

No Comments

De moeders op het schoolplein

17 januari 2012 | By | No Comments

Ik wist dat ze kleine kinderen had. Dat ze die weinig zag omdat ze in een gesloten inrichting woonde. Ik wist ook waarom ze daar zat; ze snijdt zichzelf met alles wat ze scherp kan maken. Diep. Ruw. Bijna dagelijks. Niet omdat ze de aandacht nodig heeft of dood wil, maar omdat het haar een gevoel van controle geeft. Niemand doet haar meer pijn dan zij zichzelf.
In een klein, kil kamertje deelde ze vrij nuchter haar kapotte leven met me. Ze bracht me van mijn stuk. Ik zat daar als journalist, maar voelde met haar mee als moeder. Ik wilde lief voor haar zijn, omdat zoveel mensen dat niet waren geweest. Nooit eerder was ik me zo bewust van mijn verantwoordelijkheid. Dit meisje wilde herkenbaar, met haar littekens op de foto voor LINDA. Magazine. “Realiseer je je wat het effect daarvan kan zijn, ook op je kinderen?, vroeg ik. “Ja”, zei ze zacht, maar resoluut.“Mijn littekens zijn gruwelijk, ik verafschuw ze. Maar ik wil ze gebruiken om anderen te waarschuwen voor deze draaikolk van zelfdestructie. Misschien begrijpen de moeders op het schoolplein het dan ook.”

De volgende morgen schoof ik achter mijn pc en dacht aan ze; de moeders op het schoolplein. Ik wilde dat ze begrepen waarom het snijden nodig was. Ik wilde ze haar wanhoop laten voelen, maar ook haar vechtlust. Want ze is moeder en moeders geven niet op. Ik tikte en schaafde, tot ik haar verhaal in 200 woorden had gevangen. Weinig woorden, maar ze doen haar alle 200 recht. Wat zou het mooi zijn als de moeders op het schoolplein hetzelfde doen. 

20 dec

By

No Comments

Een fijne crisis

20 december 2011 | By | No Comments

De crisis is stom. Waarom? Omdat hij ons bang maakt. En bang zijn is nergens voor nodig. Want er is niks mis met een beetje verandering.

‘Dit is geen crisis, maar een nieuwe werkelijkheid’, hoorde ik deze week op het nieuws. Blij veerde ik op. Een nieuw tijdperk, jaah! Een tijd waarin we gaan beseffen dat geld toch niet het synoniem is voor geluk. Dat we gaan inzien dat niet ‘ze’ maar ‘we’ onze wereld moeten verbeteren. En dat een druppel op een gloeiende plaat toch maar mooi een druppel is.

Ik ben in het klein wat aan het oefenen met die nieuwe werkelijkheid. Gewoon, kijken wat je voor elkaar kunt doen. Zo ruilde ik webteksten voor een overnachting in een van de waanzinnige Bossche Suites van Rens. En maakt Edith van Zis foto’s voor mijn (aanstormende) nieuwe site, in ruil voor teksten op de hare. Een meisje dat in een interview vertelde dat ze eindelijk op zichzelf ging wonen, kreeg onze overtollige huisraad. In al deze gevallen wisselden we meer uit dan we met geld ooit gedaan zouden hebben. Veel waardevoller!

Ook volgens bestuurder Mohamed Acharki van woningcorporatie Zayaz geeft de crisis ons een duwtje in de juiste richting: “Ik ben opgegroeid in Marokko, in een tijd van schaarste”, vertelde hij in een interview. “De saamhorigheid van toen is me altijd bijgebleven. We hadden elkaar nodig, zo simpel was het. De crisis maakt dat mensen en organisaties elkaar ook hier vaker zullen opzoeken. En dat is goed. Samen kun je meer doen met minder.”

Die crisis zou ons nog wel eens mooie dingen kunnen brengen.