Hoeren neuken nooit (punt)

Het is de eerste terrasdag van het jaar en daar moet van genoten worden. Wit wijntje, jas aan en de bleke snoetjes richting de zon; zo zitten we naast...
Het is de eerste terrasdag van het jaar en daar moet van genoten worden. Wit wijntje, jas aan en de bleke snoetjes richting de zon; zo zitten we naast elkaar in de Bossche binnenstad. We praten over racen en rusten, fijne en lastige opdrachtgevers en natuurlijk over mooie en erge zinnen. Zoals dat gaat als je drie tekstschrijvers bij elkaar zet. Tot verrassing van Chantal en mij kent Lenneke de hit van Corry Konings en de New Kids niet. En dan begint het.

C: ‘Dat nummer heet Hoeren neuken, nooit meer werken.’
L, proestend: ‘Wát?’
Ik: ‘Het is toch Hoeren, neuken, nooit meer werken? Met twee komma’s? Met hoeren in de betekenis van hoeren en snoeren?’
C: ‘Nee joh. Het is ‘hoeren neuken’. Kijk maar op You Tube.’
L: ‘Misschien staat er een punt in en is het ‘hoeren neuken nooit’.’
Ik: ‘Ja! En dan een uitroepteken achter ‘meer werken’! Want dat moeten ze dan!’

We gieren van de lach, wat een leesteken al niet kan doen! De rest van het terras denkt vast dat we het over foute versiertrucs hebben. Of over blunders op het werk. En in elk geval dat het hard gaat met die wijn.

C: ‘Hier moet je een column over schrijven. Dan noem je hem ‘Hoeren neuken, kommaneuken.’
L: ‘Ik zou hem ‘Hoeren neuken nooit.’ noemen. Die leest vast iedereen.’
Ik: ‘Tja. Dat wel. Maar onze liefde voor leestekens doet menig wenkbrauw ernstig fronsen, vrees ik.’ Na een korte stilte: ‘Ik ben zo blij met jullie.’

We grijnzen naar elkaar. Dan keren we ons gezicht weer naar de zon.

De moeders op het schoolplein

Ik wist dat ze kleine kinderen had. Dat ze die weinig zag omdat ze in een gesloten inrichting woonde. Ik wist ook waarom ze daar zat; ze snijdt zichze...
Ik wist dat ze kleine kinderen had. Dat ze die weinig zag omdat ze in een gesloten inrichting woonde. Ik wist ook waarom ze daar zat; ze snijdt zichzelf met alles wat ze scherp kan maken. Diep. Ruw. Bijna dagelijks. Niet omdat ze de aandacht nodig heeft of dood wil, maar omdat het haar een gevoel van controle geeft. Niemand doet haar meer pijn dan zij zichzelf.
In een klein, kil kamertje deelde ze vrij nuchter haar kapotte leven met me. Ze bracht me van mijn stuk. Ik zat daar als journalist, maar voelde met haar mee als moeder. Ik wilde lief voor haar zijn, omdat zoveel mensen dat niet waren geweest. Nooit eerder was ik me zo bewust van mijn verantwoordelijkheid. Dit meisje wilde herkenbaar, met haar littekens op de foto voor LINDA. Magazine. “Realiseer je je wat het effect daarvan kan zijn, ook op je kinderen?, vroeg ik. “Ja”, zei ze zacht, maar resoluut. “Mijn littekens zijn gruwelijk, ik verafschuw ze. Maar ik wil ze gebruiken om anderen te waarschuwen voor deze draaikolk van zelfdestructie. Misschien begrijpen de moeders op het schoolplein het dan ook.”
De volgende morgen schoof ik achter mijn pc en dacht aan ze; de moeders op het schoolplein. Ik wilde dat ze begrepen waarom het snijden nodig was. Ik wilde ze haar wanhoop laten voelen, maar ook haar vechtlust. Want ze is moeder en moeders geven niet op. Ik tikte en schaafde, tot ik haar verhaal in 200 woorden had gevangen. Weinig woorden, maar ze doen haar alle 200 recht. Wat zou het mooi zijn als de moeders op het schoolplein hetzelfde doen.
De portrettengalerij over zelfbeschadiging verschijnt in het februarinummer van LINDA. Magazine (vanaf morgen in de winkel). Ik werk nu aan portretten over uithuwelijking. Tips zijn welkom.

Psychologie van de koude grond

Hij stond jaren op de modderige camping van Lowlands en kostte slechts vijftig euro. Hij stinkt, ik kan er niet mee rijden (in elk geval niet achterui...
Hij stond jaren op de modderige camping van Lowlands en kostte slechts vijftig euro. Hij stinkt, ik kan er niet mee rijden (in elk geval niet achteruit) en er zijn minstens twee paar handen nodig om de bruin/beige hut open te klappen. Toch zag ik het direct voor me: de kinderen en ik in klapstoeltjes, met een plastic bekertje ranja/wijn en chips in een dito bakje. Rummikub op tafel… Dat soort klein geluk. ‘Kópen!’, dacht ik. Die muffe lucht waait er wel uit en de camping in het dorp moet ik in z’n vooruit toch kunnen halen. Mochten de mannen aldaar en masse met hun biertje voor de tent blijven zitten terwijl ik met de klep worstel, dan is er vast iemand in de buurt die ik kan bellen.

Volgens trainer en schrijver Ben Tiggelaar (die sprak tijdens het jubileum van mijn fijne klant Sioux) is mijn aankoop een atypische. Hij vertelde dat mensen zich bij het verkennen van nieuwe mogelijkheden vooral laten leiden door risico’s in plaats van kansen. En dat er daarom vaak zo weinig gebeurt.

Tiggelaar kent duidelijk my people niet. De kinderen vonden het vet cool, een karretje dat een huis wordt. Ook mijn zwangere zus zag zichzelf al languit in mijn klapbed liggen. Zelfs vriendin/collega Chantal - die ik écht niet op badslippers met een emmer nachtplasjes over de camping zie banjeren - reageerde enthousiast: ‘Leuk, een klapjanus!’ Maar mijn ouders (immer geneigd tot beschermen, daar kunnen ze ook niks aan doen) spanden de kroon. ‘Fantastisch!’, riep ma, direct terugverlangend naar de tijd dat ze zelf nog kampeerde. ‘Leuk, Lau’, knikte ook mijn vader, terwijl hij ijs op zijn overbelaste knie legde. ‘Schrijf maar op de kalender wanneer je vertrekt. Voor een lauw biertje zet ik dat ding wel met je in elkaar.’ Atypisch? Kan me niet schelen! Wij geloven in de psychologie van de koude (camping)grond.


Men are from Mars, women are from Visa

Er zijn zelfinzichten die je beter voor jezelf kunt houden (ze heten immers niet voor niets zo). Maar à la. Terwijl mijn leven momenteel draait om fin...
Er zijn zelfinzichten die je beter voor jezelf kunt houden (ze heten immers niet voor niets zo). Maar à la. Terwijl mijn leven momenteel draait om financiële planningen die Verantwoordelijkheid vereisen en het geld in overdadige hoeveelheden naar Karwei vliegt voor hoeklatten, huishoudtrapjes en ander spul waar je liever niets aan uitgeeft, heb ik mijzelf betrapt op een vreselijk onverantwoorde aankoop. Het deed zeer, maar het valt niet te ontkennen. I’m from Visa.

Argumenten als dat het voor vrouwen de meest gruwelijke aankoop van het jaar is, ik het kreng eerder nog dapper de rug toe had gekeerd, maar dat de aanblik in de spiegel nu dermate meeviel dat ik niet anders kon dan inpakken, betalen en wegwezen, zullen voor weinig mannen hout snijden. Vrouwelijke lezers zullen het gevoel van urgentie dat mij naar de keel greep, volkomen begrijpen.

Mijn nieuwste klant, de stichting Weet Wat Je Besteedt, presenteerde vanmorgen een onderzoek naar het financiële gedrag van jongeren (en daar schaar ik me voor het gemak maar even onder). Wat blijkt? We zijn te verdelen in vier geldtypes en ik ben een levensgenieter: “Als ze een keer wat meer geld hebben, doen ze daar liever iets leuks mee dan dat ze het opzij zetten.” Hm. Treffend.

Toen ik met gastheer en collega-levensgenieter Chris Zegers (jawel, dames!) sprak over ons rollende geld, concludeerden we dat we onze handicap maar als talent moesten inzetten. Wij levensgenieters zien overal kansen, maar die hoeven niet altijd veel te kosten! ‘Een fles wijn op het strand kan net zo lekker zijn als een dure Chianti op het terras,’ stelde Chris. ‘Jááááh’, schreeuwde mijn binnenste. En opeens wist ik zeker dat die bikini van 180 euro helemaal geen onverantwoorde aanschaf was geweest. Ik zou Chris maar eens tegenkomen op het strand van Visa deze zomer.

Het is maar een spelletje

Dries verbijt zich tegenwoordig met bewonderenswaardige grootmoedigheid, als hij een spelletje Duizenden verliest. ‘Goed gespeeld’, perst hij er dan m...
Dries verbijt zich tegenwoordig met bewonderenswaardige grootmoedigheid, als hij een spelletje Duizenden verliest. ‘Goed gespeeld’, perst hij er dan met zichtbare moeite uit; of het gemeend is waag ik te betwijfelen. Bart is van een heel ander kaliber, daar hoef je zelfs geen geveinsde sportiviteit van te verwachten. Die kwakt zonder enige gêne het hele Mens-erger-je-niet bord om, als hij er te vaak naar zijn zin wordt afgeknikkerd. Om vervolgens lekker onder de tafel te gaan zitten mokken.

Winnen of verliezen… mij doet het beide weinig. Toen het Nederlands elftal afgelopen zomer de WK-finale verloor (van wie ook alweer?) voelde ik alleen iets van mededogen met al die voetbalvrouwen die nu dagenlang met apathische mannen zaten opgescheept -in het gunstigste geval. Ik was verstandig genoeg om niet te zeggen dat het maar een spelletje was, al ging de totale ontgoocheling onder de stilgevallen Oranjeleeuwen volledig aan mij voorbij.

Afgelopen week vertelden Carla en Hennie van GGZ Oost Brabant dat we (!) de eerste prijs hebben gewonnen met het OR-jaarverslag van afgelopen jaar. Dat was opgezet als OOR, het muziektijdschrift. Het thema (u voelt ’m al): luisteren naar je achterban. En dat dan enorm creatief verweven met de muziekvoorkeur van de geïnterviewden. Of ik blij was met die prijs? Zeker wel. Maar om eerlijk te zijn werd ik veel blijer van de eigenzinnige ontwerper. Hij daagde me uit voor elk artikel een kop te verzinnen, die sloeg op de favoriete muziek van de geïnterviewde, de rol van de OR én een actueel thema uit 2009. Kijk, daar zet ik nu graag mijn tanden in. Wat dat betreft begrijp ik de verbetenheid van die Suárez dan wel weer.

Afmelden doet pijn

Het is zo hypocriet als wat, I know. Als ontvanger vind ik het heerlijk dat er tegenwoordig onder elke digitale mailing een kopje ‘afmelden’ moet staa...
Het is zo hypocriet als wat, I know. Als ontvanger vind ik het heerlijk dat er tegenwoordig onder elke digitale mailing een kopje ‘afmelden’ moet staan. Ik maak er lustig gebruik van om zelfingenomen zenders met één klik op hun nummer te zetten. Denken ze echt dat ik niets beters te doen heb dan mails lezen?
Alles veranderde toen ik een tijdje geleden een mailtje kreeg van een oprecht gewaardeerd contactpersoon. Een échte boekenschrijfster nog wel! Zo iemand waarvan je hoopt dat ze ooit voor je big break als collega-auteur gaat zorgen (kansloos natuurlijk, maar een mens mag dromen). Ze had haar best gedaan het zo vriendelijk mogelijk te verpakken, maar dat deed niets af aan haar boodschap: of ik haar van de verzendlijst wilde halen. Het lag niet aan mij, maar ze kreeg zoveel mails dat ze vanaf nu noodgedwongen een streng selectiebeleid hanteerde. ‘Snap ik hoor’, reageerde ik zo professioneel mogelijk. Maar het deed zéér!
Voor een eenpitter als ik is zo’n afmelding toch een stuk pijnlijker. Dat maakt het voor u als aanstichter van de ellende evenmin gemakkelijk. Zelf klik ik bepaalde mailings ook liever ongelezen weg dan dat ik de zender eerlijk vertel dat hij zijn berichten net zo goed niet kan sturen.
Het zij zo. Ik vind het leuk om u af en toe columns te mailen. Aan u de keus of u ze leest, ongelezen wegkiepert, of zich durft af te melden. Stuur in dat laatste geval een mail terug, met als onderwerp ‘Het ligt echt niet aan jou’.

Hou je buik eens in

Hij bedoelde het niet eens zo slecht, vriend Jan, maar ik ben het nooit vergeten. Toen de vorige foto voor mijn website werd gemaakt, stonden hij, ik ...
Hij bedoelde het niet eens zo slecht, vriend Jan, maar ik ben het nooit vergeten. Toen de vorige foto voor mijn website werd gemaakt, stonden hij, ik en fotograaf Sjors een beetje lacherig voor hun witte muur. Een spontane foto moest het worden, dus pakten we het lekker nonchalant aan. Niks lampen, gewoon wachten op mooi zonlicht. Het leek nog te lukken ook, totdat Jan goedbedoelde adviezen begon te geven: “Hou je buik eens in.”

Mijn buik is een gevoelig gespreksonderwerp. Ik wéét dat hij vrij prominent aanwezig is, maar dat is nog geen reden om mij ongevraagd te feliciteren met een nieuwe zwangerschap, mensen. Mijn buik laat zich nou eenmaal niet makkelijk sturen – net als ik eigenlijk. “Ik hou mijn buik al in”, beet ik Jan dus zo aardig mogelijk toe, waarop hij hartelijk begon te lachen. Ook ik kon een grijns niet onderdrukken, et voila: perfecte foto.

Drie jaar later was het tijd voor een nieuw plaatje. Dit keer was ik gewapend tot op het bot. In een alles afknellende correctieslip, opgetrokken tot de oksels, verscheen ik ten tonele. Fotograaf Wim leek er niets van te merken. Hij zette de ventilator op mijn haar, klom op zijn huishoudtrap en begon te knippen. Met het resultaat ben ik zeer gelukkig, want mijn haar danst en mijn buik houdt zich keurig op de achtergrond. En dat zonder photoshop.
Laura (L.M.) van der Burgt   Voshage 15   5258 XN Berlicum   06 2057 6000   www.lauravanderburgt.nl   info@lauravanderburgt.nl